Het wedstrijdseizoen van Willem van Schelven

Sinds ruim tien jaar doen Poseidonezen Ed Maan en ondergetekende, samen met Daan D’Hoore van Rijnland, mee aan meerdere Veteranenwedstrijden. Uiteraard in de skiff en dubbeltwee, maar ook, met een wisselende vierde man – waaronder vaak ook onze voormalige voorzitter Jan Frits de Gans – in de dubbelvier en in de vier-zonder.

Voor de vier waren 2010 en 2011 nogal deprimerende jaren. Onze vierde man op dat moment, Leythe roeier Peter Bongers, bleek begin 2010 een zeldzame – en uiteindelijk ongeneeslijke – vorm van kanker te hebben. Hij overleed afgelopen zomer.

En zelf verprutste ik bij een skiongeluk begin 2011 een knie zodanig, dat ik me een tijdje moest toeleggen op rolstoel-racen. Na een flinke periode van ‘aangepast’ roeien in 2011 en begin 2012, kunnen gelukkig sinds afgelopen najaar de frontstops weer gehaald worden.

En: begint de één net weer op te krabbelen, gaat de andere oude man meedoen aan gevaarlijke sporten: Ed Maan valt eind januari bij het schaatsen zodanig dat in het ziekenhuis een gecompliceerd geval van arm-uit-de-kom wordt vastgesteld: maandenlange revalidatie en voorlopig géén wedstrijden.

Al met al dus geen optimale randvoorwaarden voor een goede seizoenstart voor 2012.

Het eerste optreden betrof een ‘Instap-acht’ van oud-internationals – onder wie ook Jan Frits – bij de Heineken. Dat alleen oude glans, náást wat hardlopen of skeeleren, onvoldoende is om een roeiboot hard te laten gaan, werd bewezen door circa de helft van de bemanning; zij konden de slag onvoldoende steun geven en een vierde plek in het E-veld was het resultaat.

Voor de lange afstand bleek de beperking in knieflexie en daarmee slidinggebruik – in maart bleef het bankje nog zo’n 10 cm van het einddoel verwijderd – geen beletsel om tijdens de skiffhead de Veteranen-F zege te bemachtigen. Maar toen zat het langebaanseizoen er op. De vraag was wat het geamputeerde haaltje voor resultaten op de 1000 meter zou opleveren?

Dit jaar waren er voor het eerst sinds decennia ook in Nederland weer boord-aan-boordwedstrijden voor veteranen, over 1000 meter. Dat heuglijke feit speelde zich af bij de ZRB-wedstrijden, de Martini Regatta en de Erasmus Sprints. Ondergetekende is één van de oprichters en sinds ruim een jaar ook voorzitter van de nieuwbakken KNRB commissie Masters Wedstrijden (http://www.knrb.nl/content.php/nl/1127) Die club heeft hard getrokken aan het tot stand komen van die nieuwe veteranenwedstrijden, en uiteraard was ik er ook op gebrand om daar zelf mee te doen.

Allereerst de ZRB, het eerste weekend van mei. Een heel ontspannen wedstrijd in een bosrijke omgeving in het Brabantse. Helaas een beetje regen af en toe, maar een prachtige inschrijving van meer dan 100 veteranen in verschillende velden, van skiff tot achten. Zelf deed ik mee in de Veteranen mixed (jawel!) dubbeltwee, de skiff en de dubbeltwee. Dat laatste nummer, met Winfred Haase van Rijnland, wonnen we, zo bleek na toepassing van de (leeftijds-)correctiefactor.

Een maand later togen Ed, Daan en ik naar Werder, vlak bij Potsdam, voor het onder auspiciën van de Duitse Roeibond georganiseerde Deutsches Masters Championat.

Helaas hadden we nog geen vaste vervanger voor Peter Bongers. Ter plekke was één van de prominente organisatoren van het Duitse Masters-roeien, Andreas Bartsch, bereid om in te stappen in onze vier. Als je geluk hebt klikt zoiets, en kun je zonder voorbereiding een goede wedstrijd varen. Maar klikken deed het slechts ten dele. In de F-dubbelvier werden we tweede. En met invaller Werner Rehberg kwamen we er in het jongere en dus snellere E-veld zelfs nog minder aan te pas: vierde. In de dubbeltwee werden Ed en ik respectievelijk tweede en derde in het F en in het E-veld.

Werk aan de winkel dus, en vooral: een goede vierde man vinden!

Die vonden we vooralsnog in de persoon van Toine Vergroesen van de Goudse. Maar ook voor de combi met hem kwam de Martini Regatta in Groningen, halverwege juni, nog te vroeg. Ed wist weliswaar zijn heat in de skiff te winnen, maar zowel in de dubbeltwee als in de Vier-zonder werden we, zelfs met leeftijdscorrectiefactor, tweede.

Het leverde een dubbel gevoel op: als voorzitter van de commissie die dit soort wedstrijden in Nederland wil promoten, was ik zéér in mijn nopjes. Want opnieuw hadden er tientallen veteranen meegedaan, en bovendien roeiers en roeisters van behoorlijk niveau: je verliest er van!

Maar wat het eigen presteren betreft moeten we alles op alles zetten om goed of in ieder geval beter voor de dag te komen op de wereldkampioenschappen voor het oudere roeivolk, die elk jaar begin september onder auspiciën van de internationale roeibond, de FISA, gehouden worden.

Vanaf de Martini werd er dan ook hard én zeer frequent getraind, met name in de vier, ons ‘hoofdnummer’. De FISA-Masters werden dit jaar in Duisburg gehouden, op de vernieuwde Wedau-Regatta-Strecke. Een recordaantal deelnemers, ruim 4000, vanuit de hele wereld. Dat betekent dat je geen voorwedstrijden, en (halve) finales kunt gaan roeien; het toernooi zou dan wekenlang gaan duren, met al die boottypes én met deelnemers in leeftijdscategorieën van 28 tot 88 jaar oud.

De oplossing: je vaart met 8 boten naast elkaar en krijgt een medaille als je jouw heat wint. Achteraf kun je zien of je sneller was dan de andere heats.

Onze eerste wedstrijd was in de vier-zonder. Wij wonnen de heat én bleken ook ruim sneller te zijn dan de andere drie heats. Ook in de dubbelvier wonnen we, maar daar was één andere ploeg in een andere heat ons te snel af. Niettemin: tevredenheid dat we voor de vier loon naar werken hadden gekregen.

In de dubbeltwee wonnen Ed en ik ook, en werden overall achtste. In de skiff won ik mijn heat, maar kwam qua tijd niet bij de eerste tien overall (van de ruim 80 deelnemers in mijn leeftijdsklasse), en ook voor Ed was dit laatste nummer van het toernooi het zwaarste, hij werd tweede in zijn heat.

De hoofdmoot van het seizoen zat erop. Bleven nog over de najaarswedstrijden, de

Carl Douglas Vecht & Veltrace, waar ik de veteranen F skiff won. Een echt pretje was dat overigens niet; deze ‘race’ leek meer op een cross-country te water, ploegend door wiervelden, rietpollen en plastic zakken, losgekomen dankzij dagenlange stortregens en sterke stroom.

Heel wat aangenamer roeiwater bood de Tromp Boat Race in Hilversum, wat later in oktober. Omdat daar helaas de vier-zonder niet meer uitgeschreven wordt, startten Ed en ik in de dubbeltwee. We wonnen de F-dubbeltwee én vestigden een nieuw baanrecord; de trainingsarbeid van juli en augustus betaalde zich nog steeds uit!

Als allerlaatste stonden de Novembervieren op het programma. Met veel hulp van Bert de Waard werd de Snip onder handen genomen, gepoetst en vertroeteld, en met tal van nieuwe onderdelen opgepimpt tot een ware Wedstrijd-Zwaan. We wonnen er de F-Veteranen in, nu samen met oud-international Willem Boeschoten.

Het seizoen zat er op.

Deze winter gaan we proberen ‘heel’ te blijven, dus geen gevaarlijke sporten meer.

Dan heeft volgend seizoen naast een goede afloop misschien óók een wat soepeler start.

Willem van Schelven